Hieronder hebben we enkele onderdelen uit de schoolgids gelicht, die voor iedereen van belang zijn.
Een verzoek om vakantieverlof op grond van artikel 11f van de Leerplichtwet dient bij voorkeur minimaal een maand tevoren aan de directeur te worden voorgelegd en kan alleen goedgekeurd worden indien:
Dergelijk verlof:
Voor het toestaan van extra verlof gelden de volgende voorwaarden:
Tussen de middag is het mogelijk dat de kinderen op school overblijven. Dit gebeurt onder verantwoordelijkheid van een overblijfcommissie.
Bij de directie kun je ‘rittenkaarten’ kopen. Er zijn 5, 10 of 20 ‘rittenkaarten’ verkrijgbaar. Bij voorkeur op maandag
De prijs bedraagt:
Lestijden groep 1 t/m 8
08.30 – 11.45 uur (woensdag tot 12.15 uur)
13.00 – 15.15 uur
Vrijdagmiddag hebben de groepen 1 t/m 4 geen school.
In verband met het gymnastiekrooster beginnen sommige groepen ’s morgens of ’s middags een kwartier eerder of gaan ’s morgens een kwartier langer door.
De oudercommissie heeft zich ten doel gesteld de contacten tussen ouders en de school te onderhouden. Zij probeert een positieve inbreng te hebben in het schoolgebeuren. Er wordt om de 6 weken vergaderd op school, al naar gelang er activiteiten zijn. Als oudercommissielid is men nauw bij de schoolse activiteiten / festiviteiten betrokken. Verder beheert de oudercommissie het schoolfonds, dat wordt gevuld met vrijwillige ouderbijdragen waaruit activiteiten voor en met onze kinderen worden betaald, die de overheid niet vergoedt.
De oudercommissie bestaat uit een groep ouders, die op een gezellige manier bezig is, op school en voor school. Ze zijn betrokken bij alle schoolzaken.
Vanuit het team wonen 2 teamleden en tenminste 1 lid van de directie de vergaderingen bij.
| Groep Geel | dinsdagmiddag | |
| Groep Rood | woensdagmorgen | |
| Groep Groen | dinsdagmorgen | |
| Groep Blauw | vrijdagmorgen | |
| Groep 3a en 3b | maandagmiddag en donderdagmiddag | |
| Groep 4a en 4b | maandagmorgen en donderdagmiddag | |
| Groep 5a en 5b | maandag en vrijdagmiddag | |
| Groep 6ab | dinsdagmiddag en donderdag | |
| Groep 7a en7b | dinsdagmiddag en donderdagmorgen | |
| Groep 8a en 8b | maandagmorgen en donderdagmorgen |
In verband met het gymnastiekrooster beginnen sommige groepen ’s morgens of ’s middags een kwartier eerder of gaan ’s morgens een kwartier langer door.
De doelstelling van de gemeente is om elk kind dat van de basisschool gaat in het bezit te laten zijn van een zwemdiploma.
Alleen de beide groepen 6 gaan zwemmen in zwembad de Hoge Bomen. Dit gebeurt op maandagmiddag. De kinderen gaan met de bus naar het zwembad. Aan het zwemmen zijn geen kosten verbonden,
De groepen krijgen in het cursusjaar 30 lessen van 45 minuten.
De medezeggenschasraad(m.r.) is door de minister van onderwijs in leven geroepen. De m.r. bestaat uit een personeelsgeleding (4 pers.) en een oudergeleding (4 pers.). De m.r.-leden worden voor een periode van drie jaar gekozen. Volgens het reglement is de raad ‘bevoegd tot bespreking van alle aangelegenheden, de school betreffende’.
Tot de taak van de medezeggenschapsraad behoort o.a.
In de praktijk betekent dit dat de m.r. diverse onderwerpen bespreekt, meestal op verzoek van bestuur of schoolleiding, soms op verzoek van ouders. Het is de bedoeling dat de m.r. spreekt namens de achterban die wordt vertegenwoordigd. Heeft u zaken waarvan u vindt dat de m.r. zich erover moet buigen, neem dan gerust contact op met één van de m.r.-leden.
Emailadressen:
GMR staat voor Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad.
Iedere school heeft een MedezeggenschapsRaad waar zowel ouders als leerkrachten inzitten.
U begrijpt dat het een onwerkbare situatie oplevert als het bestuur van de stichting langs alle MR-en afzonderlijk moet gaan.
Daarom is er na de fusie een Gemeenschappelijke MR ontstaan met leden vanuit de MR-en van de 16 betrokken scholen. Iedere school levert 1 ouder en 1 personeelslid.
Zaken die slechts één school betreffen, blijven voorbehouden aan de MR van deze school.
De GMR komt ongeveer 10 keer per jaar bij elkaar.
Tijdens het hele proces van oprichting heeft de GMR een visie ontwikkeld waar ze aan wil werken zodat we weten waar we naar toe willen met z’n allen.
Deze visie luidt:
Het inschrijven van leerlingen gebeurt jaarlijks in de maand februari. In deze cursus op woensdag 22 februari 2012.
Daarnaast kan dat altijd gebeuren onder schooltijd, na een afspraak gemaakt te hebben met één van de directieleden.
Om naar de basisschool te kunnen gaan moet een kind 4 jaar zijn. Op onze school betekent het, dat de kinderen op de dag van hun vierde verjaardag op school mogen komen.
Echter: kinderen die in de maand december of juni/juli vier jaar worden komen in de regel respectievelijk in januari of augustus naar school.
Om alvast wat aan het schoolgaan te wennen mogen kinderen van drie jaar en tien maanden enkele keren – maximaal 5 schooltijden – op school komen kijken.
Enige tijd voordat uw kind 4 jaar wordt, krijgt u bericht van ‘de school.’ U kunt dan met de leerkracht afspreken op welke dagen uw kind kan komen om te ‘wennen.’
Wanneer een vierjarig kind in het begin problemen heeft met de lange schooldagen, kan in overleg met de school, enkele middagen vrijaf worden gegeven.
Op De Ouverture zijn Intern Begeleiders en Remedial Teachers werkzaam. De Intern Begeleider probeert een structurele aanpak van de leerlingenzorg binnen de basisschool te verwezenlijken.
Dit door planmatig ondersteunen en begeleiden van collega’s in de school met betrekking tot het signaleren, analyseren en remediëren van leer- en gedragsproblemen en het coördineren van daarmee samenhangende activiteiten.
Onder Remedeal Teaching verstaan we het tijdelijk geven en bevorderen van hulp aan kinderen die op een bepaald moment extra zorg behoeven, zowel naar ‘boven’ als naar ‘onder’.
Daarnaast helpt de R.T., voor zover de formatie het toelaat, kinderen die voor een speciale begeleiding in aanmerking komen. Daarmee bedoelen we de langdurige begeleiding van kinderen die zonder deze extra hulp niet of moeilijk op onze basisschool zouden kunnen blijven.
De kinderen in groep 1 en 2 werken aan de hand van een planbord. Zij kunnen zo zelfstandig een keuze maken wat zij op dat moment gaan doen. De leerkracht kan op deze manier haar aandacht richten op een groepje dat aan het werk moet met bijv. ontwikkelingsmateriaal of een knutselopdracht. Zo krijgen de leerlingen ieder op hun beurt extra aandacht in de klas.
Het verloop van de ontwikkeling wordt bijgehouden via een observatiesysteem. Zo kunnen er tijdig gepaste maatregelen worden genomen wanneer een kind stagneert of juist ver in zijn/haar ontwikkeling vooruit loopt.
Op deze manier wordt het kind goed gevolgd naar groep 3 toe. Bij twijfel of de overgang naar groep 3 wel de juiste stap is, wordt er verder getoetst en vinden er gesprekken met de ouders, eventueel de schoolarts en de interne begeleider (I.B.-er) plaats.
Soms wordt er voor gekozen het kind nog een jaar kleuter te laten zijn: wij hechten belang aan deze rijpingsfase waarin het kind de ruimte en de tijd wordt gegeven met die dingen bezig te zijn waar het qua ontwikkeling aan toe is. Spelend kan een kleuter zelf een basis opbouwen, zijn eigen referentiekader, dat van vitale betekenis is bij het gericht leren. ‘Een kleuter wordt pas leerling als de kunst om te spelen vooraf gaat aan de wil om te leren.’
Vanaf groep 3 wordt het onderwijs niet alleen klassikaal gegeven, maar ook op de manier van zelfstandig werken. In eerste instantie wordt de leerstof aan alle kinderen van de groep op hetzelfde moment aangeboden. Dit is uiteraard de grove structuur van ons onderwijs, daarbinnen is ruimte voor individualisering en differentiatie.
Onder differentiatie verstaan we: ‘Het doelgericht aanbieden van de leerstof op een zodanige manier dat deze aansluit bij de mogelijkheden van het individuele kind.’ Ons streven is individuele leerproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren, zodat we meteen adequate hulp kunnen bieden. Soms heeft deze individuele hulp een tijdelijk karakter en kan de leerling na deze extra begeleiding weer deelnemen aan het onderwijs zoals dat wordt gegeven aan zijn/haar groep. Onze ervaring is dat er ook leerlingen zijn die een meer structurele en constante begeleiding nodig hebben. We proberen ook in deze behoefte te voorzien. In de groepen 3 werken de kinderen één of meerdere middagen in een circuit. Hierbij mogen zij een keuze maken uit verschillende opdrachten en heeft de leerkracht de mogelijkheid kinderen apart te nemen die extra zorg nodig hebben.
Ook leren we alle kinderen van onze school zelfstandig te werken, waardoor kinderen die nog eens de stof uitgelegd moeten krijgen bij de leerkracht aan de instructietafel kunnen komen. Verder zal er dit jaar aandacht besteed worden aan de zelfstandigheid van de kinderen.
Na ieder afgerond stuk leerstof, bijvoorbeeld een hoofdstuk bij geschiedenis of een bepaalde somtype bij rekenen, krijgen de kinderen een schriftelijke toets, waaruit blijkt of de leerling de getoetste leerstof beheerst. De groepsresultaten geven de leerkracht de mogelijkheid een stukje leerstof dat de groep nog niet voldoende beheerst, opnieuw te behandelen. Het aantal toetsen neemt bij het stijgen van de leerjaren toe. Dit zijn methodegebonden toetsen.
Twee keer per jaar worden alle leerlingen getoetst met behulp van toetsen die los staan van de gebruikte methoden. De leerkracht krijgt daarmee een indruk hoe het kind de leerstof van een half jaar heeft verwerkt en onthouden. Dit kan aanleiding zijn om kinderen extra aandacht en hulp te geven. Het gaat hier om toetsen voor de onderdelen lezen, spellen en rekenen. Dit zijn niet-gebonden methodetoetsen van CITO.
De oudste kleuters worden getoetst op het gebied van voorwaarden om te komen tot rekenen en lezen.
In de maand september wordt bij de kinderen van groep 8 de CITO – entreetoets afgenomen. Hieruit moet blijken welke leerstofonderdelen nog eens onder de loep moeten worden genomen.
Wij staan kritisch tegenover het ‘zittenblijven’ en wij streven ernaar het zittenblijven van leerlingen te voorkomen. Wij bieden het kind alleen de gelegenheid voor een extra leerjaar, als wij verwachten dat zo’n extra leerjaar zinvol voor het kind kan zijn.
Ook staan wij kritisch t.o.v. het versneld doorgaan – groep overslaan – van een leerling. Wij bieden het kind alleen de gelegenheid om versneld door te stromen als de omstandigheden daarom vragen.
Er zijn bepaalde voorwaarden en regels opgesteld voor die leerlingen.
Kinderen die, na tijdig en uitvoerig overleg met de ouders/verzorgers, een extra leerjaar krijgen of versneld doorstromen, worden via ons leerlingvolgsysteem systematisch gevolgd en geholpen.
Onze school heeft een leerlingvolgsysteem volgens het CITO-model.
Het houdt in dat alle leerlingen regelmatig worden getoetst of geobserveerd om na te gaan welke leerlingen, naast de normale zorg van de leerkracht in de groep, nog extra zorg behoeven.
Onze school wil een ‘leerhuis’ wil zijn, waar alle kinderen zich thuis voelen.
Onze aandacht gaat daarom ook specifiek uit naar de meer- en hoogbegaafde kinderen. Bij onze manier van werken met deze kinderen laten we ons leiden door de hieronder genoemde uitgangspunten.
Hoogbegaafde kinderen zijn leergierig, kunnen logisch en snel nadenken, hebben een brede belangstelling, een goed observatievermogen en een goed geheugen. Zij kunnen creatief met kennis omgaan. Zij leren liefst op een ontdekkende manier en werken graag zelfstandig bepaalde vragen uit (die zij zichzelf stellen).
Zij hebben veel energie en gaan heel intensief en geconcentreerd met de wereld om.
Tenminste ……. als hun ontwikkeling harmonisch verloopt.)
Werkhoudingproblemen en problemen op sociaal emotioneel gebied liggen op de loer (onderpresteren, faalangst enz.)
Vanaf groep 5 bieden we een aantal kinderen de mogelijkheid deel te nemen aan een verrijkingsgroep, de Logikids. Er zijn meerdere groepen Logikids. Deze worden eventueel groepsdoorbrekend georganiseerd.
De Logikids komen wekelijks een uur bij elkaar.
De kinderen die deelnemen aan de groep
Het blijft heel moeilijk om deze criteria als harde gegevens te hanteren. Het kan voorkomen dat we besluiten dat het beter is dat een leerling (een poosje) stopt met de Logikids.
Doelstellingen:
Uitdaging bieden door middel van verrijking- / verdiepingsstof, zodat de leerlingen gemotiveerd blijven. Niet alleen kijken naar de gevonden antwoorden, maar vooral ook naar de manier van probleem oplossen.
De ontwikkeling van de leerlingen zodoende blijven stimuleren.
Leren samenwerken en hulp bieden aan elkaar.
Sinds twee jaar werken we met een Plusgroep. De criteria die voor deelname aan deze groep gelden, zijn meer aangescherpt in vergelijking met die van de groep Logikids.
Een vaste ochtend in de week komt een aantal meer- en hoogbegaafde leerlingen bij elkaar in de Plusgroep.
In groep 3 wordt gestart met het aanvankelijk lezen. Na verloop van tijd blijkt dat sommige leerlingen problemen hebben bij het leren lezen. Om deze leerlingen te kunnen begeleiden, heeft de school een dyslexiebeleid opgesteld. Hierin staat beschreven hoe wij eventuele lees- en/of spellingproblemen signaleren en begeleiden. Als een kind kenmerken vertoont van een dyslectische problematiek worden hiervoor gepaste maatregelen genomen.
Voor het opstellen van een dyslexieverklaring komt een leerling in groep 5 in aanmerking, mits er sprake is van een grote achterstand met lezen en/of spellen en als de problemen niet verminderen na een periode van een half jaar extra instructie en oefening. Indien er alleen sprake is van ernstige problemen met spellen komt de leerling in groep 7 in aanmerking voor een dyslexieverklaring. Een dyslexieverklaring is met name van belang voor het voortgezet onderwijs.
De school beschikt over informatie voor ouders over dyslexie. In het geval u zelf een psycho diagnostisch onderzoek wilt laten doen naar dyslexie, kan de school u advies geven over instellingen waar u dit kunt laten uitvoeren.
In het leerlingendossier staan onder meer: notities over de bespreking van uw kind door het team, van gesprekken met u, van speciale onderzoeken, de toets- en rapportgegevens en de plannen voor extra hulp aan uw kind. Het dossier is vertrouwelijk. U hebt als ouder het recht om het in te zien na een afspraak met de directie.
Het leerlingendossier mag alleen ingezien worden door anderen buiten de school na toestemming van de ouders/verzorgers.
We kennen verschillende vergaderingen op onze school:
Veel scholen bezinnen zich op de vraag op welke wijze de kwaliteit van de zorg naar kinderen kan worden verbreed. In het BAS+ project wordt hierop, op het niveau van de school en de klas, een passend antwoord gegeven.
Onze school gaat dit nascholingstraject volgen.
BAS + is de afkorting van Bouwen aan een Adaptieve School.
In het BAS+ project staan de volgende vier vragen centraal:
Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden worden, afhankelijk van onze startsituatie,
zevenentwintig onderwerpen voor adaptief onderwijs verwerkt.
Enkele voorbeelden zijn: de inrichting van de school, de klas en het schoolplein,
regels en routines en het zelfstandig werken van de kinderen.
Twee of drie keer per jaar vinden de groepsbesprekingen plaats. De interne begeleider spreekt met de desbetreffende leerkracht de groep door. De bedoeling van dit gesprek is: hoe staat de groep ervoor als groep, maar ook per leerling.
Op onze school zijn in het kader van de zorgverbreding twee Intern Begeleiders (IB’ers) aan het werk. Verder zijn er Remedial Teachers (RT’ers) werkzaam.
De IB’er regelt de zorgverbreding.
Zo ondersteunt zij bijvoorbeeld de leerkrachten bij het interpreteren van de toetsgegevens en bij het opstellen van de hulpplannen voor de kinderen die extra aandacht nodig hebben. De hulp proberen wij zoveel mogelijk in de klas te geven. Wanneer de problemen niet direct in de klas kunnen worden opgelost, wordt er in overleg, de hulp ingeroepen van de RT’er.
Zij neemt het kind dan apart en geeft hulp op maat. Wij proberen, door deze manier van werken, eventuele problemen zo vroeg mogelijk op te sporen en aan te pakken, zodat het kind met plezier het onderwijsproces kan blijven volgen.
Zijn de problemen van dien aard dat wij er een deskundige bij nodig hebben, dan wordt er, na overleg met de ouders, contact opgenomen met de Commissie LeerlingenZorg (CLZ) van ons samenwerkingsverband.
in de CLZ zitten deskundigen op het gebied van ‘zorg’ kinderen. Zij bekijken aan de hand van een door de school opgesteld rapport of het kind in aanmerking komt voor:
-onderzoek door de orthopedagoog, waarna er een speciaal handelingsplan
wordt opgesteld;
Onze school is aangesloten bij het Federatief Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Westland, kortweg FSPOW. In het Westland nemen vrijwel alle basisscholen en scholen voor speciaal basisonderwijs hieraan deel, plus nog enkele scholen uit Midden -Delfland en Hoek van Holland.
Met deze groep zijn afspraken gemaakt op het gebied van leerling-zorg. Ook hierdoor kunnen we gebruik maken van de kennis van het speciaal onderwijs. In de praktijk betekent dit dat leerkrachten uit het speciaal onderwijs bij ons op school komen om leerlingen te helpen en/of ons adviezen te geven. Dit heet Preventieve Ambulante Begeleiding.
Als een kind niet langer op school geholpen kan worden, omdat het geen vorderingen meer maakt of om andere redenen, dan volgt meestal een verwijzing naar speciaal onderwijs.
Het kind wordt dan uitvoerig onderzocht door een Permanente Commissie Leerlingenzorg.
Deze commissie verzamelt alle gegevens, zowel verkregen van ouders als van school, en maakt een afweging hoe en waar het kind het best kan worden geholpen. Dit besluit wordt aan de ouders medegedeeld. Samen met de school en ouders wordt dan besloten hoe het verdere schooltraject in het belang van het kind gaat verlopen.
Leerlingen met een beperking zijn welkom op onze school. Per 1 augustus 2003 is er een wet ingegaan, die het volgen van onderwijs op een gewone school ook voor kinderen met een beperking mogelijk maakt. De wet op de Leerling-gebonden Financiering, ook wel ‘de rugzak’ genoemd, geeft ouders van kinderen met een beperking meer keuzevrijheid.
Deze ouders kunnen nu kiezen voor onderwijs op een speciale school of voor onderwijs met een rugzak op een gewone basisschool.
Meten en vergelijken van leerprestaties is nodig. Het is een middel om per groep en per kind te bekijken hoe het leer- en ontwikkelingsproces verloopt. Het geeft de leerkracht extra houvast om te beoordelen of de leerstof goed verwerkt wordt en of er veranderingen nodig zijn in de manier en het tempo van lesgeven. Het is ook nodig om te bekijken of leerlingen extra of speciale aandacht of hulp nodig hebben en zo ja, op welke punten.
Wij houden de vorderingen van uw kind regelmatig bij. Wij geven een cijfer wanneer er sprake is van een meetbaar resultaat, bijvoorbeeld bij spelling-, reken- en aardrijkskundetoetsen.
Wanneer wij beoordelen door middel van observatie, een persoonlijke indruk of inschatting gebruiken wij een letter (goed, ruim voldoende, voldoende, matig of onvoldoende).
De cijfers en letters worden ook op het rapport vermeld.
Verder worden op het rapport apart vermeld de resultaten van de toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem.
Tot slot kunt u op het rapport de leesontwikkeling volgen via het AVI-niveau systeem. Dit jaar zal gewerkt gaan worden met het vernieuwde AVI-systeem. Dat zal voor iedereen best wennen zijn.
De kinderen van de groepen 3 t/m 8 krijgen twee keer per jaar een rapport mee. Aan de hand van dit rapport kunt u enigszins vaststellen, hoe uw kind het op school doet.
Het rapport bestaat uit cijfers en letters.
De kinderen van groep 1 en 2 krijgen éénmaal per jaar een ‘geschreven’ rapport mee. Daarnaast hebben de kinderen van de groepen 1 en 2 een plakboek waarin werkjes, liedjes en opzegversjes zitten.
We zijn bezig om het rapport digitaal in te vullen, maar dat is een behoorlijke klus en kost derhalve meer tijd dan we aanvankelijk dachten.
In groep 8 worden de kinderen voorbereid op het feit dat zij onze school gaan verlaten en op een school voor voortgezet onderwijs zullen komen.
Wij willen de ouders graag adviseren over het meest geschikte onderwijs na de basisschool.
Dit schooladvies is gebaseerd op de kennis en de ervaring die wij met uw kind vaak gedurende acht jaar hebben opgedaan.
Daarnaast wordt in groep 8 van onze school een onafhankelijke test afgenomen teneinde te kunnen bepalen voor welke vorm van voortgezet onderwijs de leerlingen geschikt zijn.
Voor VWO, Havo en VMBO (TL / GL) is een test verplicht. Voor andere vormen van onderwijs kan een test vaak nuttig zijn.
In de maand februari krijgt u beide adviezen – schooladvies en uitslag test – in een gesloten envelop mee naar huis.
Graag willen wij in een mondeling gesprek de adviezen toelichten.
Uiteindelijk zullen ouders zelf dienen te beslissen welk schooltype zij voor hun kind gewenst achten binnen de gegeven mogelijkheden.
De inschrijving van de leerlingen gaat rechtstreeks via de school voor voortgezet onderwijs (Holland College en Daltonschool) of loopt via onze school (ISW)
Kinderen die de school verlaten, krijgen een onderwijskundig rapport mee. Daarin staat volgens welke methoden er is gewerkt en hoe ver het kind is gevorderd. Het onderwijskundig rapport wordt meegegeven aan de ouders met de bedoeling dat zij het overhandigen aan de groepsleerkracht van de nieuwe school die dan een plan van aanpak voor de nieuwe leerling kan maken.
Ook voor de leerlingen van groep 8 wordt een onderwijskundig rapport opgesteld. Dit rapport wordt – na bespreking met de ouders – naar de school voor voortgezet onderwijs gestuurd. De ouders kunnen het rapport altijd inzien.
Iedere maandagmorgen worden de ouders in de gelegenheid gesteld om geld aan hun kind(eren) mee te geven voor diverse doelen. Heeft u zelf een goed idee voor een project, geef het dan aan ons door. Via de nieuwsbrief houden we u op de hoogte van opbrengsten en nieuwe doelen..